Ken je dat stemmetje in je hoofd dat maar blijft praten?
Je hebt een gesprek gehad en denkt achteraf: Had ik dat niet anders moeten zeggen?
Of je denkt aan morgen en vraagt je af wat er allemaal mis zou kunnen gaan.
Misschien herken je dat je gedachten voortdurend vooruitlopen op situaties die nog helemaal niet zijn gebeurd.
Je probeert ze te stoppen, maar hoe harder je dat probeert, hoe nadrukkelijker ze soms aanwezig lijken.
Angstgedachten kunnen veel invloed hebben op hoe je je voelt, zelfs wanneer de gebeurtenis waarover je piekert nog niet heeft plaatsgevonden.
Maar waarom blijven deze gedachten terugkomen? Waarom voelt een gedachte soms alsof het een feit is? En hoe kun je leren om anders met je gedachten om te gaan?
Wat zijn angstgedachten?
Angstgedachten zijn gedachten waarin gevaar, afwijzing, verlies of andere ongewenste gebeurtenissen centraal staan.
Je verwacht bijvoorbeeld dat er iets misgaat, ook wanneer je daar op dat moment weinig concrete aanwijzingen voor hebt.
Dat kunnen gedachten zijn zoals:
- Wat als ik iets verkeerd doe?
- Wat als ik ziek word?
- Wat als anderen mij niet aardig vinden?
- Wat als ik de controle verlies?
- Wat als ik deze situatie niet aankan?
Iedereen heeft weleens zulke gedachten.
Ons vermogen om mogelijke risico’s te bedenken helpt ons om ons voor te bereiden op moeilijke situaties.
Maar wanneer angstgedachten voortdurend terugkomen en je dagelijks leven gaan beheersen, kunnen ze uitputtend worden.
Het probleem is dan niet alleen wát je denkt, maar ook hoeveel aandacht en betekenis je aan die gedachten geeft.
Waarom denkt je hoofd steeds aan wat er mis kan gaan?
Onze hersenen zijn voortdurend bezig met het verwerken van informatie.
We herkennen patronen, maken verwachtingen en proberen te voorspellen wat er gaat gebeuren.
Dat vermogen is belangrijk voor ons dagelijks functioneren.
Wanneer je bijvoorbeeld een druk kruispunt nadert, helpt het om rekening te houden met mogelijke gevaren.
Maar hetzelfde vermogen kan ook actief worden bij situaties waarin het gevaar minder duidelijk is.
Misschien maak je je zorgen over een gesprek dat volgende week plaatsvindt.
Je probeert vooraf alle mogelijke reacties van de ander te bedenken.
Je hoofd is dan bezig met iets wat nog niet is gebeurd, maar je kunt er wel echte spanning door ervaren.
Voorspellingen zijn geen feiten
Een belangrijk onderscheid is dat een gedachte over de toekomst niet hetzelfde is als de toekomst zelf.
Wanneer je denkt: Dit gaat vast mis, doe je een voorspelling.
Misschien blijkt die verwachting te kloppen, maar het kan ook heel anders verlopen.
Toch kunnen sommige voorspellingen zo overtuigend voelen dat je er automatisch naar gaat handelen.
Daarom kan het waardevol zijn om te onderzoeken welke betekenis je aan je gedachten geeft.
Waarom voelen angstgedachten zo echt?
Stel je voor dat je morgen een belangrijke presentatie moet geven.
Je denkt aan het moment waarop je voor de groep staat.
Misschien stel je je voor dat je je tekst vergeet of dat mensen kritisch naar je kijken.
Alleen al door deze voorstelling kun je lichamelijke spanning ervaren.
Je hartslag kan toenemen en je spieren kunnen zich aanspannen.
Je lichaam reageert dan mede op de situatie die je je voorstelt.
Dat betekent niet dat je gedachten rechtstreeks bepalen wat er in werkelijkheid gebeurt.
Maar gedachten, emoties en lichamelijke reacties kunnen elkaar wel beïnvloeden.
Wanneer je de lichamelijke spanning vervolgens interpreteert als een teken dat de presentatie verkeerd zal gaan, kan je angst verder toenemen.
Zo ontstaat een wisselwerking tussen wat je denkt, voelt en verwacht.
Het verschil tussen denken en piekeren
Nadenken is een waardevolle menselijke vaardigheid.
Je gebruikt het om problemen op te lossen, keuzes te maken en je voor te bereiden.
Piekeren lijkt soms op nadenken, maar heeft vaak een ander verloop.
Je blijft dezelfde onzekerheid onderzoeken zonder werkelijk verder te komen.
Misschien merk je dat je steeds nieuwe vragen bedenkt:
Wat als dit gebeurt?
En wat als dat niet lukt?
Maar hoe weet ik zeker dat alles goed gaat?
Je probeert tot een definitief antwoord te komen.
Toch ontstaat er vaak weer een nieuwe onzekerheid.
Waarom piekeren een gewoonte kan worden
Wanneer je piekert, kan het voelen alsof je actief iets doet om problemen te voorkomen.
Je bent immers bezig om risico’s in kaart te brengen.
Maar niet iedere denkactiviteit leidt tot een oplossing.
Wanneer je steeds opnieuw dezelfde vragen stelt, kan piekeren een vertrouwde manier worden om met onzekerheid om te gaan.
Je probeert controle te krijgen over situaties die zich nog niet laten voorspellen.
Het is daarom interessant om niet alleen te vragen waarom je piekert, maar ook wat je ermee hoopt te bereiken.
De strategie achter angstgedachten
In mijn werk als hypnotherapeut kijk ik graag naar de functie van gedrag.
Dat geldt niet alleen voor wat mensen doen, maar ook voor bepaalde denkpatronen.
Misschien probeer je voortdurend vooruit te denken omdat je graag voorbereid wilt zijn.
Of je analyseert gesprekken achteraf omdat je wilt voorkomen dat anderen je afwijzen.
Achter deze manier van denken kan een begrijpelijk verlangen liggen.
Bijvoorbeeld naar veiligheid, zekerheid, waardering of verbinding.
Stel je voor dat je vroeger vaak kritiek kreeg wanneer je iets verkeerd deed.
Misschien heb je daardoor geleerd om situaties zorgvuldig te controleren voordat je handelt.
Die strategie kan je geholpen hebben.
Maar wanneer je voortdurend blijft controleren of alles wel goed gaat, kan het ook veel spanning veroorzaken.
De behoefte aan veiligheid kan begrijpelijk zijn, terwijl eindeloos piekeren niet altijd helpt om die veiligheid te ervaren.
Dat betekent niet dat iedere angstgedachte een verborgen oorzaak heeft.
Soms spelen gewoontevorming, actuele stress, lichamelijke omstandigheden of aanleg een belangrijke rol.
Waarom helpt het niet altijd om gedachten weg te duwen?
Wanneer je last hebt van angstgedachten, wil je daar misschien zo snel mogelijk vanaf.
Je zegt tegen jezelf:
Ik mag hier niet aan denken.
Ik moet gewoon positiever zijn.
Waarom kan ik dit niet stoppen?
Maar het bewust proberen weg te drukken van gedachten kan er soms voor zorgen dat je ze juist vaker opmerkt.
Je blijft als het ware controleren of de ongewenste gedachte al verdwenen is.
En iedere keer dat je controleert, richt je opnieuw aandacht op die gedachte.
Een andere mogelijkheid is om te leren dat een gedachte aanwezig mag zijn zonder dat je er automatisch iets mee hoeft te doen.
Dat betekent niet dat je de gedachte moet geloven.
En ook niet dat je het ermee eens moet zijn.
Je leert vooral om anders met de aanwezigheid ervan om te gaan.
Je bent niet hetzelfde als je gedachten
Misschien herken je dat je volledig kunt opgaan in wat je denkt.
Je hebt bijvoorbeeld de gedachte:
Ik kan dit niet.
Op dat moment voelt het alsof deze uitspraak een feit is.
Maar er is een verschil tussen iets denken en iets daadwerkelijk weten.
Je kunt ook opmerken:
Ik merk dat ik de gedachte heb dat ik dit niet kan.
Dat kleine verschil kan helpen om afstand te nemen van de automatische conclusie.
Binnen Acceptance and Commitment Therapy, afgekort ACT, wordt onder andere gewerkt met deze manier van omgaan met gedachten.
Dat wordt cognitieve defusie genoemd.
Het doel is niet om alle negatieve gedachten te verwijderen.
Het gaat erom dat gedachten minder automatisch bepalen wat je doet.
Hoe werken angstgedachten en het zenuwstelsel samen?
Wanneer je een situatie als bedreigend ervaart, kan je lichaam daarop reageren.
Het autonome zenuwstelsel speelt een rol bij veranderingen in onder andere hartslag, ademhaling en spierspanning.
Je kunt bijvoorbeeld merken dat je sneller ademt of dat je buik onrustig wordt.
Soms ontstaat die lichamelijke reactie door iets wat daadwerkelijk gebeurt.
Maar ook het verwachten van een moeilijke situatie kan spanning oproepen.
Wanneer je lichaam de gedachte bevestigt
Stel je voor dat je denkt dat je tijdens een vergadering in paniek zult raken.
Je merkt dat je hart sneller klopt.
Vervolgens denk je: Zie je wel, het begint nu al.
Daardoor kan je angst verder toenemen.
De lichamelijke sensatie wordt dan als het ware extra bewijs voor je angstige verwachting.
Dit betekent niet dat lichamelijke reacties ingebeeld zijn.
Ze zijn werkelijk aanwezig.
Maar de betekenis die je eraan geeft, kan invloed hebben op hoe je ze ervaart.
Het herkennen van die wisselwerking kan helpen om minder automatisch in dezelfde angstreactie terecht te komen.
Waarom zoeken we steeds geruststelling?
Wanneer een angstgedachte veel spanning oproept, probeer je misschien zekerheid te krijgen.
Je vraagt aan je partner of alles goed komt.
Je zoekt informatie op internet.
Of je controleert opnieuw of je niets vergeten bent.
Dat kan op korte termijn geruststelling geven.
Maar wanneer je steeds opnieuw bevestiging nodig hebt, kan het vertrouwen in je eigen vermogen om met onzekerheid om te gaan afnemen.
Er ontstaat dan een patroon waarin de volgende angstgedachte opnieuw om geruststelling vraagt.
Het kan waardevol zijn om te onderzoeken wanneer het zoeken naar informatie behulpzaam is en wanneer het vooral een manier wordt om spanning tijdelijk te verminderen.
Zeven praktische manieren om met angstgedachten om te gaan
Er bestaan verschillende manieren om bewuster om te gaan met angstige gedachten.
Welke aanpak passend is, hangt af van je klachten en omstandigheden.
1. Herken de gedachte als een gedachte
Wanneer je merkt dat je hoofd een rampscenario bedenkt, probeer dan eerst vast te stellen wat er gebeurt.
Ik merk dat ik denk dat dit verkeerd zal aflopen.
Je hoeft de gedachte niet onmiddellijk tegen te spreken.
Je begint met herkennen.
2. Maak onderscheid tussen feiten en verwachtingen
Vraag jezelf af wat je werkelijk weet.
Welke informatie is beschikbaar?
En welk deel van je gedachte bestaat uit voorspellingen?
Dat helpt om niet iedere angstige verwachting automatisch als waarheid te behandelen.
3. Onderzoek of nadenken nu behulpzaam is
Soms is er een concreet probleem waarvoor je een oplossing kunt bedenken.
In dat geval kan nadenken nuttig zijn.
Maar wanneer je steeds dezelfde vraag blijft herhalen zonder verder te komen, ben je mogelijk aan het piekeren.
Vraag jezelf af of je op dit moment iets kunt doen.
Als dat niet zo is, kun je proberen je aandacht weer te richten op wat je nu aan het doen bent.
4. Herken je behoefte aan zekerheid
Misschien wil je vooraf weten hoe een gesprek verloopt.
Of je wilt zeker weten dat niemand teleurgesteld raakt.
Vraag jezelf af hoeveel zekerheid werkelijk mogelijk is.
En of je een kleine stap kunt zetten zonder alles vooraf te weten.
5. Merk lichamelijke spanning op
Voel hoe je op je stoel zit en hoe je voeten contact maken met de vloer.
Merk op hoe je ademhaling op dit moment verloopt.
Je hoeft niets te forceren.
Het doel is om je aandacht ook te kunnen richten op wat er hier en nu gebeurt, in plaats van uitsluitend op de situatie die je vreest.
6. Blijf deelnemen aan het dagelijks leven
Angstgedachten kunnen ervoor zorgen dat je bepaalde activiteiten uitstelt of vermijdt.
Wanneer dat veilig en haalbaar is, kan het helpen om betrokken te blijven bij gewone dagelijkse activiteiten.
Bij ernstige angstklachten is begeleiding door een psycholoog verstandig, vooral wanneer je stap voor stap wilt oefenen met situaties die je vermijdt.
7. Zoek ondersteuning wanneer gedachten je blijven beheersen
Wanneer angstgedachten voortdurend aanwezig zijn, je slaap verstoren of je dagelijks functioneren beperken, is het verstandig om professionele hulp te zoeken.
Je huisarts kan met je onderzoeken welke ondersteuning passend is.
Wanneer zijn angstgedachten een teken van een angststoornis?
Niet iedereen die veel angstgedachten heeft, heeft een angststoornis.
Maar wanneer je vrijwel voortdurend angstig bent, steeds meer situaties vermijdt of nauwelijks nog kunt functioneren, kan er meer aan de hand zijn.
Bij een gegeneraliseerde angststoornis komen bijvoorbeeld langdurige zorgen over verschillende onderwerpen voor.
Bij een sociale-angststoornis staan verwachtingen over mogelijke negatieve beoordelingen door anderen op de voorgrond.
Ook bij andere psychische aandoeningen kunnen indringende of terugkerende gedachten voorkomen.
Welke behandeling passend is, hangt af van de aard van de klachten.
Daarom is het belangrijk om niet uitsluitend op basis van een artikel zelf een diagnose te stellen.
Welke behandeling helpt bij hardnekkige angstgedachten?
Cognitieve gedragstherapie is bij verschillende angststoornissen een goed onderzochte behandeling.
Tijdens deze behandeling leer je onder andere om angstige verwachtingen te herkennen en te onderzoeken.
Ook kan worden gewerkt aan gedrag dat de angst in stand houdt, zoals vermijden, controleren en voortdurend geruststelling zoeken.
Afhankelijk van de klachten kan exposure een belangrijk onderdeel vormen.
Daarbij oefen je geleidelijk met situaties die spanning oproepen.
Andere psychologische methoden, waaronder technieken uit ACT, kunnen eveneens worden toegepast.
Wanneer angst je leven sterk beperkt, kan de huisarts helpen om passende behandeling te vinden.
Kan hypnotherapie helpen bij angstgedachten?
Bij Hypnose Noord werk ik met mensen die vastlopen door terugkerende gedachten, onzekerheid en spanning.
Tijdens de begeleiding kijk ik graag naar de samenhang tussen denken, voelen en gedrag.
Misschien merk je dat je jezelf voortdurend probeert voor te bereiden op mogelijke problemen.
Of dat je veel energie besteedt aan het voorkomen van afwijzing of fouten.
Het kan waardevol zijn om te onderzoeken welke overtuigingen en behoeften daarbij een rol spelen.
Met hypnotherapie kunnen we gebruikmaken van gerichte aandacht en verbeelding om persoonlijke patronen te onderzoeken.
Ook kan aandacht worden besteed aan het herkennen van spanning en aan andere manieren om op bepaalde situaties te reageren.
Maar hypnotherapie is geen bewezen zelfstandige behandeling voor angststoornissen.
Het wetenschappelijke bewijs is daarvoor beperkter dan voor cognitieve gedragstherapie.
Bij ernstige of langdurige angstklachten is passende diagnostiek en behandeling binnen de reguliere zorg belangrijk.
Aanvullende hypnotherapie kan eventueel worden overwogen wanneer dit verantwoord aansluit bij de hulpvraag.
Je hoeft niet iedere gedachte serieus te nemen
Misschien ben je gewend om iedere angstige gedachte uitgebreid te onderzoeken.
Je probeert alles te begrijpen, alle risico’s te voorkomen en steeds opnieuw zekerheid te krijgen.
Maar niet iedere gedachte vraagt om een antwoord.
Soms is het voldoende om op te merken dat je hoofd een mogelijkheid bedenkt.
Een gedachte kan aanwezig zijn zonder dat je er direct naar hoeft te handelen.
Dat betekent niet dat je zorgeloos of onvoorzichtig moet worden.
Het betekent dat je leert onderscheiden wanneer nadenken behulpzaam is en wanneer het je vooral gevangenhoudt in onzekerheid.
Wil je onderzoeken waarom bepaalde denkpatronen steeds terugkomen en welke spanning of behoeften daarbij een rol spelen?
Bij Hypnose Noord bied ik persoonlijke begeleiding met hypnotherapie en aandacht voor zelfregulatie, waar dat aansluit bij jouw hulpvraag.
Tijdens een vrijblijvende kennismaking bespreken we je situatie en kijken we of aanvullende begeleiding passend is.
Plan een vrijblijvende belafspraak om de mogelijkheden te bespreken.