Hypnotherapie bij angst: begrijp je angst en je reactie erop

Misschien herken je het wel. Je komt in een situatie waarin je eigenlijk rustig zou willen blijven, maar je lichaam reageert anders.

Je hart gaat sneller kloppen, je spieren spannen zich aan en je gedachten schieten alle kanten op.

Met je verstand weet je misschien dat er op dat moment weinig gevaar is. Toch voelt de angst heel werkelijk.

Soms kan die angst zoveel ruimte innemen dat je gaat denken: Ik ben nu eenmaal een angstig persoon.

Maar is angst iets wat je bent, of iets wat je ervaart?

Angst is een menselijke reactie en geen persoonlijke tekortkoming. Tegelijkertijd kunnen angstklachten zo ernstig worden dat er sprake is van een angststoornis waarvoor behandeling nodig is.

In mijn werk als hypnotherapeut vind ik het interessant om te onderzoeken hoe gedachten, lichamelijke reacties en aangeleerde gedragspatronen samenhangen.

In dit artikel lees je waarom angst ontstaat, waarom sommige reacties terug blijven komen en welke plaats hypnotherapie eventueel kan hebben bij angstklachten.

Wat is angst eigenlijk?

Angst is een natuurlijke reactie op mogelijk gevaar.

Wanneer je bijvoorbeeld onverwacht een auto op je af ziet komen, kan je lichaam razendsnel reageren.

Je hartslag neemt toe, je aandacht wordt scherper en je spieren bereiden zich voor op beweging.

Dat kan je helpen om tijdig te handelen.

Angst heeft dus een belangrijke beschermende functie.

Maar dezelfde lichamelijke reacties kunnen ook ontstaan wanneer er geen direct gevaar aanwezig is.

Misschien ben je bang voor een gesprek, een presentatie of de gedachte dat er iets vervelends kan gebeuren.

Je lichaam kan dan reageren op de dreiging die je verwacht.

Het verschil tussen werkelijk gevaar en verwacht gevaar is daarom belangrijk wanneer je angst beter wilt begrijpen.

Wanneer wordt angst een probleem?

Iedereen ervaart weleens angst.

Dat betekent niet automatisch dat er sprake is van een angststoornis.

Angst kan problematisch worden wanneer de reactie sterk is, langdurig aanwezig blijft of je dagelijks leven duidelijk beperkt.

Misschien vermijd je steeds meer situaties.

Of je bent voortdurend bezig met controleren of alles wel veilig is.

Sommige mensen ervaren paniekaanvallen, terwijl anderen vooral last hebben van voortdurende zorgen of een specifieke fobie.

Er bestaan verschillende soorten angststoornissen.

De juiste beoordeling hangt af van de klachten, de duur, de omstandigheden en de invloed op je dagelijks functioneren.

Wanneer je vermoedt dat je een angststoornis hebt, is het verstandig om dit met je huisarts te bespreken.

Ben je angstig of ervaar je angst?

Een vraag die ik interessant vind, is hoe je over je eigen angst spreekt.

Misschien zeg je regelmatig:

Ik ben een angstig persoon.

Of:

Ik ben nu eenmaal iemand die alles spannend vindt.

Wanneer je een dergelijke uitspraak vaak herhaalt, kan het voelen alsof angst een onveranderlijk onderdeel van je identiteit is.

Maar je kunt ook op een andere manier naar je ervaring kijken.

Bijvoorbeeld:

Ik merk dat ik in bepaalde situaties angst ervaar.

Dat klinkt misschien als een klein verschil.

Toch kan het ruimte geven om te onderzoeken wat er precies gebeurt.

Welke situatie roept de angst op?

Wat denk je op dat moment?

Wat voel je in je lichaam?

En hoe reageer je vervolgens?

Een diagnose is niet hetzelfde als je identiteit

Dit onderscheid betekent nadrukkelijk niet dat een angststoornis slechts een overtuiging is.

Een angststoornis kan ernstig en langdurig zijn en vraagt soms om gespecialiseerde behandeling.

Een diagnose kan juist helpen om klachten te begrijpen en passende hulp te vinden.

Maar ook wanneer je een angststoornis hebt, bepaalt die diagnose niet wie je als mens bent.

Je bent meer dan je klachten.

Waarom probeert angst je te beschermen?

Angst kan je waarschuwen voor situaties die mogelijk onveilig zijn.

Maar niet iedere waarschuwing van je lichaam is even goed afgestemd op wat er werkelijk gebeurt.

Misschien heb je ooit meegemaakt dat je tijdens een presentatie dichtklapte.

Bij een volgende presentatie verwacht je dat hetzelfde opnieuw kan gebeuren.

Alleen al de gedachte daaraan kan spanning oproepen.

Je lichaam reageert op een mogelijk risico dat je herkent uit een eerdere ervaring.

Dat betekent niet dat je bewust besluit bang te worden.

Veel angstreacties ontstaan automatisch.

De beschermende functie van vermijding

Wanneer je een situatie als bedreigend ervaart, kun je proberen die te vermijden.

Dat kan op korte termijn verlichting geven.

Misschien zeg je een afspraak af en merk je onmiddellijk dat de spanning afneemt.

Maar wanneer je steeds vermijdt wat je angstig maakt, krijg je minder gelegenheid om nieuwe ervaringen op te doen.

Daardoor kan de angst blijven bestaan.

Het is dus nuttig om te onderzoeken welke bescherming je gedrag probeert te bieden én of die strategie je op langere termijn helpt.

De strategie achter angstgedrag

Binnen Hypnose Noord kijk ik graag naar de functie van terugkerend gedrag.

Niet alleen naar wat iemand doet, maar ook naar wat iemand daarmee probeert te bereiken.

Stel je voor dat je voortdurend probeert om alles onder controle te houden.

Je plant zorgvuldig, controleert afspraken en probeert verrassingen te voorkomen.

Misschien geeft dat je een gevoel van zekerheid.

Achter dat gedrag kan een begrijpelijk verlangen schuilgaan, bijvoorbeeld naar veiligheid of voorspelbaarheid.

De strategie is dan om zoveel mogelijk controle te houden.

Maar wanneer je steeds meer situaties probeert te beheersen, kan dat ook spanning opleveren.

Een belangrijk inzicht kan zijn dat het verlangen naar veiligheid begrijpelijk is, terwijl de manier waarop je die veiligheid probeert te bereiken niet altijd behulpzaam is.

Dit geldt niet voor iedereen op dezelfde manier.

Angst kan ook samenhangen met aanleg, lichamelijke factoren, ingrijpende gebeurtenissen en andere omstandigheden.

Er bestaat dus niet altijd één verborgen oorzaak die je moet ontdekken.

Hoe werken gedachten en angst samen?

Gedachten kunnen invloed hebben op hoe je een situatie ervaart.

Stel je voor dat je tijdens een vergadering iets wilt zeggen.

Je denkt:

Straks vinden ze mijn idee belachelijk.

Misschien voel je onmiddellijk spanning.

Je hartslag neemt toe en je besluit toch maar niets te zeggen.

De volgende keer kan dezelfde verwachting opnieuw ontstaan.

Zo kunnen gedachten, lichamelijke reacties en gedrag elkaar versterken.

Maar het is niet altijd zo dat er eerst een bewuste gedachte aanwezig is.

Soms merk je vooral de lichamelijke reactie en ontstaat pas daarna een gedachte over wat er gebeurt.

Door deze samenhang beter te herkennen, kun je onderzoeken waar ruimte ontstaat om anders te reageren.

Wat gebeurt er in je zenuwstelsel bij angst?

Je autonome zenuwstelsel is betrokken bij verschillende lichamelijke processen, waaronder veranderingen in hartslag, ademhaling en spierspanning.

Wanneer je een situatie als bedreigend ervaart, kan het sympathische deel van het autonome zenuwstelsel bijdragen aan lichamelijke activatie.

Je kunt dan bijvoorbeeld merken dat:

  • Je hart sneller klopt.
  • Je ademhaling verandert.
  • Je spieren zich aanspannen.
  • Je handen gaan zweten.
  • Je buik onrustig wordt.
  • Je aandacht sterker op mogelijke gevaren gericht raakt.

Deze reacties zijn onderdeel van het menselijke stresssysteem.

Ze betekenen niet automatisch dat er iets mis is met je lichaam.

Wat is de rol van de nervus vagus?

De nervus vagus is een belangrijke zenuw binnen het parasympathische zenuwstelsel.

Deze zenuw is onder andere betrokken bij de communicatie tussen de hersenen, het hart en verschillende organen.

Hij speelt daarmee een rol bij autonome regulatie.

Toch is angst niet eenvoudig te verklaren vanuit één zenuw.

Een angststoornis ontstaat niet uitsluitend doordat de nervus vagus onvoldoende actief zou zijn.

Het zenuwstelsel is onderdeel van een veel groter geheel waarin ook gedachten, ervaringen, aanleg en omstandigheden invloed hebben.

Waarom helpt jezelf geruststellen niet altijd?

Misschien probeer je jezelf te overtuigen dat je nergens bang voor hoeft te zijn.

Je zegt tegen jezelf:

Er kan niets gebeuren.

Ik moet gewoon rustig blijven.

Het zit alleen maar in mijn hoofd.

Maar de lichamelijke spanning kan toch aanwezig blijven.

Dat komt doordat angstreacties niet alleen door bewuste gedachten worden beïnvloed.

Ook automatische verwachtingen, aangeleerde reacties en lichamelijke processen spelen mee.

Soms helpt het daarom om niet uitsluitend te proberen je angst weg te redeneren.

Je kunt ook leren opmerken wat je ervaart en onderzoeken hoe je ermee omgaat.

Dat betekent niet dat je moet berusten in je angst.

Het betekent dat je ruimte maakt om een andere reactie te oefenen.

Hoe kunnen angst en vermijding elkaar versterken?

Wanneer je ergens bang voor bent, ontstaat vaak de neiging om afstand te nemen.

Misschien vermijd je drukke winkels, sociale bijeenkomsten of gesprekken die je spannend vindt.

Op korte termijn voel je opluchting.

Maar de gedachte dat de situatie gevaarlijk of onhoudbaar is, wordt daardoor niet altijd bijgesteld.

Je krijgt immers minder kansen om te ervaren wat er werkelijk gebeurt.

Bij veel angststoornissen is het daarom belangrijk om geleidelijk te oefenen met situaties die spanning oproepen.

Dit wordt exposure genoemd.

Bij ernstige klachten gebeurt dit bij voorkeur onder begeleiding van een daarvoor opgeleide behandelaar.

Het doel is niet om jezelf te overweldigen, maar om nieuwe ervaringen op te doen en te leren dat je anders met angst kunt omgaan.

Wat kun je zelf doen wanneer je angst ervaart?

Er zijn verschillende manieren om bewuster met angst om te gaan.

Deze adviezen zijn bedoeld als algemene ondersteuning en vervangen geen professionele behandeling bij een angststoornis.

1. Herken wat de angst oproept

Probeer te onderzoeken welke situaties spanning veroorzaken.

Gaat het om sociale contacten, controleverlies, lichamelijke sensaties of onzekerheid over de toekomst?

Hoe concreter je dit kunt herkennen, hoe duidelijker wordt waar je mee aan de slag kunt.

2. Merk je automatische reactie op

Wat doe je wanneer je angst ervaart?

Trek je je terug?

Ga je controleren?

Zoek je geruststelling?

Of probeer je de situatie volledig te vermijden?

Onderzoek of deze reactie je op langere termijn helpt.

3. Maak onderscheid tussen gedachten en feiten

Wanneer je gespannen bent, kunnen verwachtingen heel overtuigend voelen.

Maar de gedachte dat iets verkeerd zal aflopen, betekent niet dat dit daadwerkelijk gebeurt.

Probeer op te merken welke conclusies je trekt en waarop je die baseert.

4. Leer lichamelijke spanning herkennen

Voel hoe je voeten contact maken met de ondergrond.

Merk op of je schouders gespannen zijn en hoe je ademhaling op dit moment verloopt.

Je hoeft je adem niet te forceren.

Het gaat eerst om bewust waarnemen.

5. Onderzoek welke behoefte meespeelt

Vraag jezelf af wat je probeert te bereiken met je reactie.

Misschien zoek je zekerheid, veiligheid, rust of bevestiging.

Door dit te herkennen, kun je onderzoeken of er andere manieren zijn om aan die behoefte tegemoet te komen.

6. Oefen met kleine stappen

Wanneer angst ervoor zorgt dat je situaties vermijdt, kun je onder passende begeleiding leren om deze stap voor stap weer aan te gaan.

Kies oefeningen die aansluiten bij je situatie.

Wanneer je ernstige angst of paniekaanvallen ervaart, is begeleiding door een psycholoog verstandig.

7. Vraag op tijd om hulp

Wanneer angst je dagelijks leven beperkt, is het niet nodig om daarmee te blijven rondlopen.

Je huisarts kan samen met jou onderzoeken welke behandeling passend is.

Welke behandeling helpt bij angststoornissen?

Bij veel angststoornissen is cognitieve gedragstherapie (CGT) een goed onderzochte behandeling.

Daarbij wordt aandacht besteed aan gedachten, verwachtingen en gedragspatronen.

Een belangrijk onderdeel kan exposure zijn: het geleidelijk oefenen met situaties die angst oproepen.

Afhankelijk van het type angststoornis kunnen ook andere behandeltechnieken of medicijnen passend zijn.

Welke behandeling wordt aanbevolen, hangt af van de diagnose en persoonlijke omstandigheden.

Bij ernstige of langdurige angstklachten is professionele beoordeling belangrijk.

Kan hypnotherapie helpen bij angst?

Hypnotherapie wordt ook toegepast bij mensen met angstklachten.

Tijdens hypnotherapie wordt gewerkt met gerichte aandacht, verbeelding en suggesties.

Afhankelijk van de werkwijze kunnen angstige verwachtingen, persoonlijke overtuigingen en lichamelijke spanning onderwerp van de begeleiding zijn.

Sommige mensen ervaren deze manier van werken als prettig of behulpzaam.

Maar het wetenschappelijke bewijs voor hypnotherapie als zelfstandige behandeling van angststoornissen is beperkter dan dat voor cognitieve gedragstherapie.

Daarom kan niet worden gesteld dat hypnotherapie angststoornissen bewezen geneest of beter werkt dan reguliere psychologische behandeling.

Wanneer sprake is van een vastgestelde angststoornis, is het belangrijk om eerst passende, bewezen zorg te overwegen.

Hypnotherapie kan eventueel als aanvullende begeleiding worden besproken, wanneer dat verantwoord is.

Hoe kijk ik bij Hypnose Noord naar angstklachten?

In mijn praktijk besteed ik aandacht aan de samenhang tussen gedachten, gevoelens, lichamelijke reacties en gedrag.

Wanneer iemand angst ervaart, kijk ik graag samen naar wat er precies gebeurt.

Welke situaties roepen spanning op?

Welke overtuigingen spelen mogelijk mee?

Wat merk je in je lichaam?

En welke reactie ontstaat er automatisch?

Ook kan het waardevol zijn om te onderzoeken welke behoefte of beschermende functie achter een patroon ligt.

Met hypnotherapie kunnen we, waar passend, gebruikmaken van gerichte aandacht en verbeelding om bepaalde ervaringen en reacties te onderzoeken.

Daarbij is het voor mij belangrijk om realistische verwachtingen te bespreken.

Niet iedere angstklacht vraagt om dezelfde aanpak.

Wanneer de aard of ernst van de klachten daarom vraagt, is begeleiding binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg de aangewezen keuze.

Wanneer is professionele hulp belangrijk?

Maak een afspraak met je huisarts wanneer angst steeds meer invloed krijgt op je dagelijks leven.

Bijvoorbeeld wanneer je:

  • Regelmatig paniekaanvallen ervaart.
  • Steeds meer situaties gaat vermijden.
  • Door angst slecht slaapt of weinig kunt functioneren.
  • Vrijwel voortdurend gespannen bent.
  • Veel geruststelling nodig hebt.
  • Angstklachten ervaart die blijven toenemen.

De huisarts kan beoordelen welke hulp nodig is en zo nodig verwijzen naar een psycholoog of andere behandelaar.

Van angst begrijpen naar anders reageren

Angst is een normale menselijke reactie die ons kan helpen om gevaar te herkennen.

Maar wanneer angst vaak aanwezig is, kun je het gevoel krijgen dat je leven er steeds meer door wordt bepaald.

Misschien probeer je de angst voortdurend weg te krijgen.

Of je doet steeds meer moeite om situaties te vermijden waarin de angst zou kunnen ontstaan.

Toch kan verandering ook beginnen met een andere vraag.

Niet alleen: Hoe kom ik zo snel mogelijk van deze angst af?

Maar ook: Wat gebeurt er eigenlijk wanneer ik angst ervaar, en hoe kan ik daar anders mee omgaan?

Door inzicht te krijgen in je gedachten, lichamelijke reacties en gedragspatronen, kun je leren om met meer bewustzijn te reageren.

Voor sommige mensen kan aanvullende begeleiding daarbij interessant zijn.

Voor anderen is gespecialiseerde behandeling noodzakelijk.

Wil je onderzoeken welke persoonlijke patronen en spanningsreacties mogelijk een rol spelen bij jouw angst?

Tijdens een vrijblijvende kennismaking bij Hypnose Noord bespreken we jouw hulpvraag en bekijken we of hypnotherapie passend is of dat andere zorg meer voor de hand ligt.