Stel je voor dat je een baby ziet glimlachen. Misschien merk je dat je zelf ook begint te glimlachen. Je ervaart warmte, vertedering of een prettig gevoel.
Een ander kan naar dezelfde baby kijken en iets heel anders ervaren. Misschien denkt die persoon aan een moeilijke periode, aan een eigen kind of aan een verlangen dat nog niet is vervuld.
De gebeurtenis is vergelijkbaar, maar de ervaring kan verschillen.
Of stel je voor dat er tijdens een wandeling een hond op je af komt. De ene persoon wordt enthousiast en wil het dier aaien. Een ander voelt onmiddellijk spanning en neemt liever afstand.
Waarom reageren mensen zo verschillend op iets wat ze allebei waarnemen?
Het antwoord heeft te maken met onze gevoelswaarneming: de samenhang tussen zintuiglijke informatie, lichamelijke signalen, eerdere ervaringen, verwachtingen en de betekenis die we ergens aan geven.
Door die samenhang beter te begrijpen, kun je ook ontdekken waarom bepaalde emoties en automatische reacties steeds terugkomen.
Wat is gevoelswaarneming?
Met gevoelswaarneming bedoel ik de manier waarop we informatie uit onze omgeving en ons lichaam beleven.
We nemen voortdurend dingen waar.
Je ziet iemand glimlachen, hoort een stem, voelt een aanraking of merkt dat je hart sneller klopt.
Die informatie staat niet volledig los van wat je eerder hebt meegemaakt.
Je hersenen verwerken zintuiglijke informatie in samenhang met herinneringen, verwachtingen en de situatie waarin je je bevindt.
Daardoor kan dezelfde gebeurtenis bij verschillende mensen een andere ervaring oproepen.
Het gaat dus niet alleen om wat er gebeurt, maar ook om hoe jij die gebeurtenis beleeft.
Onze zintuigen: hoe komt informatie binnen?
Traditioneel spreken we over vijf zintuigen:
- Zien.
- Horen.
- Ruiken.
- Proeven.
- Voelen via aanraking.
Deze zintuigen geven informatie over onze omgeving.
Maar we beschikken over meer vormen van waarneming.
Zo helpt ons evenwichtsorgaan ons om beweging en positie te ervaren. Via signalen uit spieren en gewrichten weten we waar ons lichaam zich bevindt.
Daarnaast kunnen we signalen vanuit ons lichaam waarnemen, zoals honger, dorst, een volle blaas of een veranderende hartslag.
Deze interne waarneming wordt interoceptie genoemd.
Al die informatie kan bijdragen aan hoe we ons op een bepaald moment voelen.
Wat is interoceptie?
De Britse gezondheidsdienst NHS legt uit hoe interoceptie ons helpt om signalen vanuit het lichaam te herkennen en hoe die samenhangen met onze emoties.
is het waarnemen en verwerken van signalen die vanuit ons lichaam komen.
Je merkt bijvoorbeeld dat je honger krijgt, dorst hebt of moe begint te worden.
Maar ook lichamelijke signalen die bij emoties horen, kunnen onderdeel zijn van deze ervaring.
Denk aan vlinders in je buik wanneer je ergens naar uitkijkt.
Of een gespannen borst wanneer je bang bent.
Niet iedereen merkt zulke signalen op dezelfde manier op.
Sommige mensen herkennen heel gemakkelijk wanneer ze gespannen zijn.
Anderen merken pas laat dat ze moe, overprikkeld of onrustig zijn.
Een lichamelijk signaal heeft niet altijd één betekenis
Stel je voor dat je hart sneller klopt.
Dat kan gebeuren wanneer je bang bent.
Maar ook wanneer je enthousiast bent, hebt gesport of een spannende ontmoeting verwacht.
De hartslag vertelt dus niet op zichzelf welke emotie je ervaart.
Ook de situatie, je gedachten en eerdere ervaringen spelen mee.
Daarom kan het waardevol zijn om lichamelijke signalen te herkennen zonder er onmiddellijk een conclusie aan te verbinden.
Het verschil tussen waarnemen, voelen en interpreteren
We gebruiken deze begrippen in het dagelijks leven vaak door elkaar.
Toch kunnen we er drie verschillende onderdelen in herkennen.
1. Waarnemen: wat gebeurt er?
Je ziet bijvoorbeeld dat iemand tijdens een gesprek wegkijkt.
Dat is wat je waarneemt.
2. Voelen: wat ervaar je?
Misschien merk je onzekerheid of spanning.
Je voelt je niet helemaal op je gemak.
3. Interpreteren: welke betekenis geef je eraan?
Je denkt:
Hij vindt mijn verhaal waarschijnlijk niet interessant.
Maar is dat werkelijk zo?
Misschien keek de ander weg omdat er iets bewoog in de omgeving.
Of omdat hij aan het nadenken was.
Een gevoel is een echte ervaring, maar de verklaring die je aan dat gevoel geeft, hoeft niet altijd juist te zijn.
Dit onderscheid is belangrijk wanneer je wilt begrijpen waarom bepaalde situaties je zo sterk kunnen raken.
De glimlach van een baby
Laten we teruggaan naar de glimlach van de baby.
Je kijkt naar het gezicht en merkt dat de baby glimlacht.
Misschien word je daar blij van.
Je denkt mogelijk aan onschuld, plezier of verbondenheid.
Maar een ander kan een heel andere associatie hebben.
Misschien roept dezelfde glimlach verdriet of gemis op.
We zien hier dat een waarneming verschillende emoties kan oproepen, afhankelijk van de persoonlijke context.
De glimlach zelf schrijft niet voor wat iemand moet voelen.
Onze ervaring ontstaat in de wisselwerking tussen wat we waarnemen en wat die waarneming voor ons betekent.
Waarom kan dezelfde hond bij de één angst oproepen en bij de ander niet?
Stel je voor dat twee mensen een hond zien.
De eerste persoon heeft altijd plezierige ervaringen gehad met honden.
Hij loopt ontspannen naar het dier toe.
De tweede persoon is vroeger ernstig geschrokken van een hond.
Bij het zien van dezelfde hond voelt hij onmiddellijk spanning.
Zijn hartslag neemt toe en hij krijgt de neiging afstand te nemen.
Beide reacties zijn begrijpelijk vanuit de persoonlijke ervaring.
Maar betekent dit dat iedere hond gevaarlijk is?
Nee.
Tegelijkertijd betekent het ook niet dat iedere hond veilig is.
Het gaat erom dat onze verwachtingen niet altijd volledig overeenkomen met wat er in de huidige situatie gebeurt.
Een aangeleerde verwachting kan blijven bestaan
Wanneer je eenmaal hebt geleerd om honden als bedreigend te ervaren, kan die verwachting bij een volgende ontmoeting opnieuw actief worden.
Zelfs wanneer je met je verstand weet dat veel honden vriendelijk zijn.
Daarom is alleen logisch nadenken niet altijd voldoende om een angstreactie te veranderen.
Bij ernstige hondenangst kan cognitieve gedragstherapie met exposure helpen om onder begeleiding geleidelijk nieuwe ervaringen op te doen.
Onze gedeelde werkelijkheid en onze persoonlijke beleving
In mijn oorspronkelijke artikel maakte ik onderscheid tussen de werkelijkheid waarover we afspraken hebben en de persoonlijke werkelijkheid die iemand ervaart.
Dat verschil is nog steeds interessant.
We kunnen bijvoorbeeld gezamenlijk vaststellen dat er een hond op straat loopt.
Maar wat we daarbij voelen, kan sterk verschillen.
De ene persoon ervaart plezier.
Een ander voelt onzekerheid.
En weer een ander merkt nauwelijks een bijzondere emotie op.
Het is belangrijk om daarbij twee dingen niet met elkaar te verwarren.
Er zijn feiten die niet afhankelijk zijn van onze persoonlijke gevoelens.
Maar de betekenis die we aan die feiten geven, kan wel persoonlijk zijn.
Jouw beleving verdient aandacht
Wanneer iemand bang is voor honden, heeft het weinig zin om die angst onmiddellijk af te doen als onzin.
De spanning die iemand ervaart, is werkelijk aanwezig.
Tegelijkertijd kunnen we onderzoeken of bepaalde verwachtingen nog passen bij de huidige situatie.
Zo neem je het gevoel serieus zonder iedere interpretatie automatisch als waarheid te beschouwen.
De overtuigingen achter onze gevoelens
In de loop van ons leven ontwikkelen we allerlei verwachtingen.
Misschien heb je geleerd dat je altijd goed moet presteren.
Of dat anderen teleurstellen betekent dat je niet goed genoeg bent.
Zulke overtuigingen kunnen invloed hebben op je reacties.
Stel je voor dat je collega kritiek geeft op een voorstel.
Je hoort de opmerking, voelt spanning en denkt:
Ik doe het nooit goed genoeg.
Misschien reageer je door jezelf te verdedigen.
Of je gaat juist extra hard werken om te bewijzen dat je wel goed genoeg bent.
De situatie raakt dan mogelijk aan een bestaande overtuiging.
Die overtuiging hoeft niet volledig waar te zijn, maar kan wel veel invloed hebben op hoe je reageert.
De strategie achter gedrag
In mijn werk als hypnotherapeut vind ik het interessant om niet alleen naar de emotie te kijken, maar ook naar wat iemand vervolgens doet.
Misschien vermijd je moeilijke gesprekken.
Of je probeert voortdurend anderen tevreden te houden.
Op het eerste gezicht lijkt dat vooral gedrag waar je last van hebt.
Maar wanneer je verder kijkt, kan er een begrijpelijke behoefte achter schuilgaan.
Misschien wil je veiligheid ervaren.
Of zoek je waardering, rust of verbondenheid.
Je gedrag kan dan een strategie zijn geworden om aan die behoefte tegemoet te komen.
Bescherming kan ook beperkend worden
Stel je voor dat je moeilijke gesprekken vermijdt omdat je bang bent voor afwijzing.
Door het gesprek uit te stellen, ervaar je tijdelijk minder spanning.
Maar wanneer je nooit uitspreekt wat je nodig hebt, kan diezelfde strategie je op langere termijn beperken.
De behoefte aan veiligheid is begrijpelijk.
De vraag is alleen of de gekozen strategie je werkelijk helpt.
Door dit onderscheid te herkennen, ontstaat ruimte om ander gedrag te onderzoeken.
Hoe beïnvloedt het autonome zenuwstelsel onze gevoelswaarneming?
Het autonome zenuwstelsel is betrokken bij verschillende lichamelijke processen, waaronder hartslag, ademhaling en spijsvertering.
Wanneer je een situatie als bedreigend ervaart, kan je lichaam daarop reageren.
Je merkt bijvoorbeeld dat je ademhaling verandert of dat je spieren zich aanspannen.
Die lichamelijke reacties kunnen vervolgens invloed hebben op hoe je de situatie beleeft.
Wanneer je bijvoorbeeld onzeker bent en een snelle hartslag opmerkt, kun je denken:
Zie je wel, ik kan dit niet aan.
Daardoor kan de spanning verder toenemen.
Maar het autonome zenuwstelsel is niet de enige verklaring voor emoties.
Ook hersenprocessen, persoonlijke ervaringen, verwachtingen en de actuele omgeving spelen een rol.
Het herkennen van lichamelijke reacties kan behulpzaam zijn, maar betekent niet dat je daarmee automatisch iedere emotie kunt veranderen.
Waarom helpt het niet altijd om jezelf gerust te stellen?
Misschien weet je heel goed dat je in een bepaalde situatie niet veel te vrezen hebt.
Toch ervaar je spanning.
Je zegt tegen jezelf:
Er is niets aan de hand.
Ik hoef hier niet bang voor te zijn.
Maar je lichaam blijft onrustig.
Dat komt doordat automatische reacties niet uitsluitend door bewuste gedachten worden beïnvloed.
Ook aangeleerde verwachtingen en lichamelijke processen spelen mee.
Het kan daarom helpen om niet alleen te proberen je gevoelens weg te redeneren.
Je kunt ook leren om ze te herkennen en te onderzoeken wat ze mogelijk oproept.
Zeven vragen om je gevoelswaarneming beter te begrijpen
Wanneer je merkt dat een situatie een sterke emotie oproept, kun je jezelf een aantal vragen stellen.
1. Wat neem ik werkelijk waar?
Wat gebeurde er?
Wat zag of hoorde je precies?
Probeer de gebeurtenis te beschrijven zonder direct een oordeel toe te voegen.
2. Welk gevoel ontstaat er?
Merk op of je bijvoorbeeld angst, boosheid, verdriet of onzekerheid ervaart.
Je hoeft dat gevoel niet onmiddellijk te veranderen.
3. Wat merk ik in mijn lichaam?
Voel je spanning in je buik?
Verandert je ademhaling?
Of merk je dat je schouders zich aanspannen?
4. Welke betekenis geef ik aan deze situatie?
Welke gedachte ontstaat er?
Bijvoorbeeld:
Ze vinden mij niet belangrijk.
Of:
Er gaat iets mis.
5. Weet ik zeker dat mijn interpretatie klopt?
Welke feiten ondersteunen je conclusie?
Zijn er ook andere verklaringen mogelijk?
6. Wat doe ik vervolgens?
Trek je je terug?
Ga je controleren?
Probeer je iemand tevreden te houden?
Of reageer je boos?
7. Welke behoefte speelt mogelijk mee?
Zoek je veiligheid, erkenning, rust of verbinding?
En zou er een andere manier kunnen zijn om met die behoefte om te gaan?
Het doel van deze vragen is niet om ieder gevoel uitgebreid te analyseren.
Ze kunnen je helpen om patronen te herkennen wanneer je merkt dat bepaalde reacties steeds terugkomen.
Een korte oefening: van automatisch reageren naar bewust waarnemen
Neem eens een situatie in gedachten waarin je onlangs spanning ervoer.
Kies bij voorkeur iets kleins, geen ingrijpende traumatische gebeurtenis.
Stel je de situatie kort voor.
Wat gebeurde er?
Welke woorden werden uitgesproken?
Wat dacht je op dat moment?
Merk vervolgens op of je lichamelijk iets ervaart.
Misschien voel je spanning, warmte of juist weinig.
Dat is allemaal mogelijk.
Vraag jezelf nu af welke betekenis je aan de situatie gaf.
Was die betekenis gebaseerd op wat er werkelijk gebeurde?
Of speelde er ook een verwachting mee?
Je hoeft niet direct tot een antwoord te komen.
Het gaat erom dat je nieuwsgierig onderzoekt hoe jouw ervaring is opgebouwd.
Wanneer je merkt dat een oefening je overspoelt of sterke dissociatieve klachten oproept, stop dan en zoek passende ondersteuning.
Kan hypnotherapie helpen om patronen te onderzoeken?
Bij Hypnose Noord werk ik met mensen die last hebben van spanning, onzekerheid en terugkerende gedragspatronen.
Tijdens de begeleiding besteed ik aandacht aan gedachten, lichamelijke reacties en de persoonlijke betekenis die iemand aan situaties geeft.
Misschien merk je dat je snel afwijzing verwacht.
Of dat je in bepaalde situaties automatisch spanning ervaart.
Met hypnotherapie kunnen we gebruikmaken van gerichte aandacht en verbeelding om zulke ervaringen te onderzoeken.
Daarbij kunnen overtuigingen en gewenste reacties onderwerp van de begeleiding zijn.
Ook kan aandacht worden besteed aan het herkennen van lichamelijke signalen en het ontwikkelen van meer zelfregulatie.
Hypnotherapie is echter niet voor iedere klacht bewezen effectief en vormt geen vervanging voor noodzakelijke medische of psychologische zorg.
Wanneer sprake is van een ernstige angststoornis of andere psychische aandoening, is passende beoordeling en behandeling belangrijk.
Van gevoelswaarneming naar meer inzicht
Misschien heb je lange tijd gedacht dat een bepaalde situatie je nu eenmaal angstig, boos of onzeker maakt.
Maar wanneer je nauwkeuriger kijkt, ontdek je soms dat er meer gebeurt.
Je neemt iets waar.
Je lichaam reageert.
Er ontstaat een gevoel.
Je geeft betekenis aan wat je ervaart.
En vervolgens reageer je op basis van die ervaring.
Die processen verlopen niet altijd netjes na elkaar. Ze kunnen elkaar voortdurend beïnvloeden.
Juist daarom is bewustwording waardevol.
Wanneer je leert onderscheiden wat je waarneemt, wat je voelt en wat je denkt, ontstaat mogelijk meer ruimte om anders met een situatie om te gaan.
Niet ieder gevoel vertelt je precies wat er in de buitenwereld gebeurt. Maar ieder gevoel kan wel aanleiding zijn om beter naar jezelf te luisteren.
Wil je onderzoeken welke persoonlijke overtuigingen en automatische reacties invloed hebben op jouw dagelijks leven?
Bij Hypnose Noord bied ik persoonlijke begeleiding met hypnotherapie en aandacht voor zelfregulatie, wanneer dat passend is bij jouw hulpvraag.
Tijdens een vrijblijvende kennismaking bespreken we wat je bezighoudt en kijken we samen welke ondersteuning zinvol kan zijn.
Plan een vrijblijvende belafspraak om de mogelijkheden te bespreken.
